Leeuwenbergh tuinen


Gele kornoelje (Cornus mas)

Op 24 november werd de gele kornoelje die de vereniging ontving van Duurzaam Den Haag, bezorgd en geplant. Vorige week vrijdag haalden we in Boskoop de drie gele kornoeljes op die bij kwekerij Esveld waren besteld.

Mooie, goed vertakte struikjes die naast de ‘Haagse’ kornoelje een plekje krijgen om in het vroege voorjaar een bloeiende haag te vormen in de bosrand parallel aan de Westvlietweg.

Veronica Hekking (tuin 57)
Namens de Bosgroep

Drie gele kornoeljes voor de bosrand parallel aan de Westvlietweg


Van wilg tot zitplek

Bericht van Veronica Hekking – tuin 57

Net voor het broedseizoen werden dit voorjaar door de Boomverzorger in de bosstrook zeventien wilgen gekapt en vijf teruggezet. Een flink karwei, waarna van de overige wilgen werd verwacht dat ze zouden blijven staan. Maar een storm dacht er anders over, niet lang na de kap lag een meterslange wilg dwars over het pad. Op een donderdagochtend begin november stond Henk (tuin 69) klaar met een cirkelzaag, en vormden Bob (tuin 12), Ronald (tuin 8) en Flip (tuin 57) de afvoerploeg.
Het plan was twee langere delen te bestemmen voor een rustig plekje. Naar een voorbeeld gezien op de Hoge Veluwe ging Henk aan de slag. Twee bankjes in het bos wachten nu op een zonnige lentedag.

Woensdag 24 november is de gele kornoelje gebracht die de vereniging krijgt van Duurzaam Den Haag in het kader van de bomenactie: 1400 bomen voor Den Haag. Het is een mooi exemplaar. Hopelijk staat die al dit voorjaar in bloei.

Namens de bosgroep heb ik hem inmiddels geplant langs de sloot bij de Westvlietweg, hoek Elzenlaan, een bloeiend visitekaartje voor de vereniging.
Er zijn nog drie kornoeljes besteld bij Esveld. Vrijwilligers gezocht voor de aanplant.


Succesvolle ruilbeurs

Het was vanmiddag een komen en gaan van tuiniers voor het ruilen van planten en zaden. Er werd ook intensief ervaringen over zaaien, groeien en bloeien uitgewisseld. Kortom: dit proefde naar vaker en meer.

Een succes was ook het aanbod van Dorrepaal om een kar vol met planten en zaailingen te leveren om te verkopen. Het resulteerde – inclusief de ruime fooien van de tuiniers – in zo’n €50 voor Dorrepaal.


Vogels lokken – 14. de Gierzwaluw

Bericht van de Groencommissie (zie ook de pagina VOGELS LOKKEN)

Wie van vogels houdt, ziet ze graag ook in de tuin verschijnen. We lokken ze met voedsel, hangend of staand en op de juiste plek. Het is een leuke uitdaging om je tuin zo uitnodigend mogelijk te maken voor broedende vogels in de tuin.

Je tuin is aantrekkelijker voor vogels als je begroeiing in laagjes hebt. Dat wil zeggen afwisseling van hoge en lage planten en struiken. Ook hogere bomen in de omgeving zijn belangrijk.
Verder helpt het als je eetbaar groen in je tuin hebt staan. Denk aan struiken met bessen of bomen met vruchten.
Vogels zullen ook eerder in je tuin te vinden zijn als ze er nestmateriaal kunnen vinden zoals takjes, pluisjes en blaadjes. Nestjes zullen ze pas maken als er voldoende schuilplekken zijn bijvoorbeeld in doornstruiken of een heg. Wanneer je nestkastjes ophangt let er dan op dat er een rustplek is in de aanvliegroute en hang een nestkast niet in de volle zon.

En tot slot de Gierzwaluw

De gierzwaluw behoort tot een aparte vogelgroep want hij is niet verwant met echte zwaluwen. Hij is groter en heeft langere vleugels dan zwaluwen. Hij vliegt of met snelle vleugelslagen of in snelle glij- en zeilvluchten. Dit is anders dan bij zwaluwen. Zijn verenkleed is grotendeels zwart-bruin. Als juveniel heeft de gierzwaluw een licht voorhoofd en een lichte teugel. In de vlucht heeft de gierzwaluw een pijlvormig silhouet.
Met zijn 17 cm is de gierzwaluw groter dan de boerenzwaluw. De spanwijdte bedraagt 42 tot 48 cm.

Het geluid van de Gierzwaluw

Hij is oorspronkelijk bewoner van rotsachtige gebieden, maar in Europa grotendeels een cultuurvolger. Het is een algemeen en wijdverspreide broedvogel in steden en dorpen. Ze zijn in Europa ongeveer 3 maanden aanwezig om te broeden.

De gierzwaluw nestelt in rotsspleten en muurnissen of onder dakpannen van gebouwen. Gierzwaluwen plaatsen hun nesten in holtes in muren of dakpannen. Ze gebruiken ook door de mens vervaardigde nestkasten. Het nest is een kleine kom van gras, bladeren en veren die met speeksel is vastgeplakt.
Ze broeden in mei-augustus met 1 broedsel en leggen 2 of 3 witte eieren.

De gierzwaluw eet uitsluitend vliegende insecten en spinnen die met geopende bek al vliegend worden gevangen. De adult verzameld gedurende lange jachtvluchten voedsel met speeksel in de krop, wat in de vorm van een kleine bal aan de jongen wordt gevoerd. Bij een gebrek aan voedsel leggen ze zeer grote afstanden af. Hun nestjongen kunnen bij gebrek aan voedsel lange tijd schijndood zijn om energie te besparen.

Gierzwaluwen zijn zeer luidruchtig, vooral in rondvliegende groepen. Hij roept hoog, schril, gierend ‘srieer’. Vandaar de naam gierzwaluw.

Karakteristieke kenmerken
De gierzwaluw brengt bijna zijn hele leven vliegend door. Ze landen vrijwel nooit omdat eenmaal op de grond ze moeilijk weer in de lucht geraken. Zelfs slapen gebeurt in de lucht. Ze verkeren dan in een sluimertoestand en laten zich meevoeren door de wind.
Ook de paring gebeurt in de lucht, alleen voor het nesten landen ze. Na het nestelen is het voor hen niet meer nodig om te landen tot het volgende paringsseizoen in de lente.


Vogels lokken – 13. de Boomklever

Bericht van de Groencommissie (zie ook de pagina VOGELS LOKKEN)

Wie van vogels houdt, ziet ze graag ook in de tuin verschijnen. We lokken ze met voedsel, hangend of staand en op de juiste plek. Het is een leuke uitdaging om je tuin zo uitnodigend mogelijk te maken voor broedende vogels in de tuin.

Je tuin is aantrekkelijker voor vogels als je begroeiing in laagjes hebt. Dat wil zeggen afwisseling van hoge en lage planten en struiken. Ook hogere bomen in de omgeving zijn belangrijk.
Verder helpt het als je eetbaar groen in je tuin hebt staan. Denk aan struiken met bessen of bomen met vruchten.
Vogels zullen ook eerder in je tuin te vinden zijn als ze er nestmateriaal kunnen vinden zoals takjes, pluisjes en blaadjes. Nestjes zullen ze pas maken als er voldoende schuilplekken zijn bijvoorbeeld in doornstruiken of een heg. Wanneer je nestkastjes ophangt let er dan op dat er een rustplek is in de aanvliegroute en hang een nestkast niet in de volle zon.

De Boomklever is nu aan de beurt

De bovenkant en de kruin van de boomklevers zijn blauw-grijs, en hebben een lange zwarte oogstreep. Onderkant is oranje-achtig. Door zijn korte dikke nek heeft de boomklever een gedrongen bouw. Hij heeft een korte staart en een krachtige puntige snavel. Bij de mannetjes boomklever is de achterflank scherp begrensd kastanje-bruin, bij de vrouwtjes is het lichter bruin en zwakker begrensd.

De boomklever is een algemene broedvogel in loofbossen en gemengde bossen, bosschages, parken en grote tuinen. Ze komen voor in berggebieden tot 1700m. Het is een standvogel.

Ze nestelen in boomholen of nestkasten op een laagje fijne boomschors en droge bladeren. Als de vliegopeningen te groot zijn, dan worden deze met modder of leem aan de randen dichtgesmeerd en zo verkleind.
De boomklever heeft 1 broedsel in april-juni en legt 6 tot 9 roodgestippelde witte eieren.
In het voorjaar en de zomer worden er vooral insecten en spinnen gegeten, maar in het najaar en de winter eten ze noten en zaden en op voedertafels vet.

Hun contactroep is een fluitend, herhalend ‘hwiet’. Als de vogel opgewonden is, klinkt het als ’twett’. In de zang is het fluitend ‘piuu piuu’ of ‘wuuieh wuuieh’ of een sneller, trillen ‘wiwiwi’.

Geluid van de Boomklever

Karakteristieke kenmerken
Zoals zijn naam al aangeeft klimt hij onvermoeibaar en schoksgewijs langs stammen en takken van bomen. Als enige Europese vogel klautert de boomklever met zijn kop naar beneden over boomstammen. Hij kan ook op de bodem hippen. Boomklevers jagen op spinnen en insecten, maar ze zijn ook te vinden bij voedertafels. Ze eten pinda’s, zonnebloempitten en zaden. Ook verzamelen ze hazelnoten en eikels. Hij drukt ze in gaten en hamert ze open met hun krachtige snavel. Het kloppend geluid dat hij daarbij maakt doet denken aan een specht.
Boomklevers trekken niet ver en komen alleen voor in tuinen nabij bossen, hoewel ze kunnen nestelen in tuinen met grote bomen. Ze bouwen hun nesten in natuurlijke holtes in oude bomen. Soms zijn ze zelfs te vinden in oude spechtennesten. Ze pleisteren de ingang dicht tot de juiste diameter. Dit om te voorkomen dat grotere vogels het nest innemen. Dat doen ze door een paar keer door het gat te gaan met natte modder. Ze nestelen ook in door de mens vervaardige nestkasten. Het vlieggat moet dan 32 mm in diameter zijn. Het is zelfs mogelijk het broedproces te volgen van deze vogel met een nestkast met camera. Daarmee kunt u eenvoudig alles volgen dat in de nestkast gebeurt.


Vogels lokken – 12. de Boomkruiper

Bericht van de Groencommissie (zie ook de pagina VOGELS LOKKEN)

Wie van vogels houdt, ziet ze graag ook in de tuin verschijnen. We lokken ze met voedsel, hangend of staand en op de juiste plek. Het is een leuke uitdaging om je tuin zo uitnodigend mogelijk te maken voor broedende vogels in de tuin.

Je tuin is aantrekkelijker voor vogels als je begroeiing in laagjes hebt. Dat wil zeggen afwisseling van hoge en lage planten en struiken. Ook hogere bomen in de omgeving zijn belangrijk.
Verder helpt het als je eetbaar groen in je tuin hebt staan. Denk aan struiken met bessen of bomen met vruchten.
Vogels zullen ook eerder in je tuin te vinden zijn als ze er nestmateriaal kunnen vinden zoals takjes, pluisjes en blaadjes. Nestjes zullen ze pas maken als er voldoende schuilplekken zijn bijvoorbeeld in doornstruiken of een heg. Wanneer je nestkastjes ophangt let er dan op dat er een rustplek is in de aanvliegroute en hang een nestkast niet in de volle zon.

Vandaag de Boomkruiper

De boomkruiper is een kleine muisachtige vogel. De bovendelen van een boomkruiper zijn mooi bruin gestreept en de onderzijde is witachtig. Boven het oog bevindt zich een lichte wenkbrauwstreep. Boomkruipers hebben een lange, fijne gebogen snavel. Het mannetje en het vrouwtje zien er hetzelfde uit.

Hoe klinkt de Boomkruiper?

De boomkruiper komt in een groot gebied in Europa en het noorden van Afrika en Turkije voor. Hij leeft in parkachtige gebieden met oude bomen en rijk opgaand loofbos. In steden is de soort te vinden bij hoge bomen.

Het vogeltje bouwt zijn nest in ondiepe holen en spleten in bomen. Om de boomkruiper aan nestruimte te helpen zijn er speciale nestkasten voor de boomkruiper in de handel. De nestkast voor de boomkruiper heeft de ingang aan de zijkant zodat hij de invliegopening gemakkelijk tegen komt bij het omhoog kruipen.

De boomkruiper heeft 1 а 2 broedsels per jaar, waarbij zo’n 5 tot 7 witte met bruin-roodachtige gespikkelde eieren per broedsel worden gelegd. De broedtijd duurt ongeveer 15-17 dagen waarna de jongen nog ruim twee weken gevoerd worden door de ouders. Ze eten insecten, die ze met de gekromde snavel tussen de boomschors vandaan peuteren.

De boomkruiper maakt een hoog en scherp, maar vaak onopvallend geluid: ’tie tie tie’. Hij heeft een oplopende zang ’tie tru-ie trie trie’.

Karakteristieke kenmerken
Zijn veren hebben de kleuren van een boomstam, waardoor hij goed gecamoufleerd is. De staart wordt als ondersteuning gebruikt tijdens het klimmen.
De boomkruiper gaat nooit op een stam naar beneden, altijd omhoog! Dit in tegenstelling tot de boomklever die zowel naar boven als naar beneden kan.