Leeuwenbergh tuinen


Start actie Bomen voor Den Haag: maandag 23 mei

Bericht van Veronica Hekking (tuin 57)

Bomen voor Den Haag dat betekent ook bomen voor Leeuwenbergh. De gemeente Den Haag heeft in samenwerking met Duurzaam Den Haag in 2021 bijna 1.400 bomen geleverd aan bewoners van de stad. Dit jaar start de actie op maandag 23 mei. De bomen worden aan het eind van het jaar gebracht, dat is het beste plantseizoen.

Je krijgt de boom gratis. Op de website (https://duurzaamdenhaag.nl/activiteiten/bomen-voor-den-haag-krijg-een-gratis-boom) staat een duidelijk overzicht van de aangeboden soorten, eigenschappen, standplaats, hoogte, te weten groot, middelgroot en klein.
Vorig jaar leverde de actie voor onze tuinvereniging twee boompjes op. Een daarvan is een geel bloeiende kornoelje (Cornus mas) die is geplant langs de slootkant in de hoek bij de Elzenlaan. Deze in het vroege voorjaar bloeiende kornoelje staat er samen met vier andere kornoeljes. Dit jaar bloeiden ze nog niet, maar volgend jaar kunnen we een fris gele haag verwachten op de plek waar eerder hoge wilgen stonden. Langzaam aan zal de plek weer gevuld raken.

Alle bomen worden aangeleverd in de maat 8-10, dit is de omtrek van de stam in cm. De hoogte van de bomen is ongeveer 3 meter. In het overzicht worden de bomen ingedeeld in groot, middelgroot en klein. Een voorbeeld: als middelgrote bomen worden de magnolia, een appel en een peer genoemd. Als kleine boom worden vermeld: de goudenregen, een mispel en een sierkers.

En belangrijk: de bomen in de lijst hebben weinig onderhoud nodig, alleen
begeleidingssnoei.

Veronica (tuin 57)


De lente: witte sneeuwklokjes, gele primula’s en licht paarse holwortel

Bericht van Veronica Hekking (tuin 57)

De eerste sneeuwklokjes piepten rond twintig januari boven de grond in de bosstrook van Leeuwenbergh. Ieder jaar verschijnen er in de loop van januari meer en inmiddels begint het hele bos met verspreide wolkjes wit te kleuren. Goed ontwikkelde sneeuwklokjes vormen broedbolletjes en zaaien zich regelmatig uit. Zo worden de pollen steeds gevulder. Door ze vervolgens hier en daar op te nemen, te splitsen en op een andere plek terug te zetten, vermeerderen ze zich steeds sneller. Dat geldt eveneens voor de de narcissen. Stevig geel als die zijn, kunnen ze niet over het hoofd worden gezien.
Bij gunstig weer vormen de bloeiende sneeuwklokjes een rijke voedselbron voor de vroege honingbij en de hommels. Uit de klokjes halen ze een licht oranjekleurig stuifmeel.
Ook de zachtgele primula’s (slanke sleutelbloem) die op dit moment bloeien, zijn drachtplanten voor de bijen. Ze hebben zich nog niet zo vermeerderd als de sneeuwklokjes, maar zijn duidelijk te zien tussen het lichte groen van het opkomende fluitekruid. Waarschijnlijk gaan die primula’s zich ook wel uitzaaien. Er is in dit jaargetijde steeds meer te zien in het bos; het licht paarse vingerhelmkruid kwam deze week boven de grond en de sleedoorn vertoont kleine witte bloemknopjes.
Er staat een bankje klaar om dit alles rustig te bewonderen.

Veronica Hekking
Ik ben vaak op tuin 57 voor eventuele vragen of een rondje door het bos.


Gele kornoelje (Cornus mas)

Op 24 november werd de gele kornoelje die de vereniging ontving van Duurzaam Den Haag, bezorgd en geplant. Vorige week vrijdag haalden we in Boskoop de drie gele kornoeljes op die bij kwekerij Esveld waren besteld.

Mooie, goed vertakte struikjes die naast de ‘Haagse’ kornoelje een plekje krijgen om in het vroege voorjaar een bloeiende haag te vormen in de bosrand parallel aan de Westvlietweg.

Veronica Hekking (tuin 57)
Namens de Bosgroep

Drie gele kornoeljes voor de bosrand parallel aan de Westvlietweg


Van wilg tot zitplek

Bericht van Veronica Hekking – tuin 57

Net voor het broedseizoen werden dit voorjaar door de Boomverzorger in de bosstrook zeventien wilgen gekapt en vijf teruggezet. Een flink karwei, waarna van de overige wilgen werd verwacht dat ze zouden blijven staan. Maar een storm dacht er anders over, niet lang na de kap lag een meterslange wilg dwars over het pad. Op een donderdagochtend begin november stond Henk (tuin 69) klaar met een cirkelzaag, en vormden Bob (tuin 12), Ronald (tuin 8) en Flip (tuin 57) de afvoerploeg.
Het plan was twee langere delen te bestemmen voor een rustig plekje. Naar een voorbeeld gezien op de Hoge Veluwe ging Henk aan de slag. Twee bankjes in het bos wachten nu op een zonnige lentedag.

Woensdag 24 november is de gele kornoelje gebracht die de vereniging krijgt van Duurzaam Den Haag in het kader van de bomenactie: 1400 bomen voor Den Haag. Het is een mooi exemplaar. Hopelijk staat die al dit voorjaar in bloei.

Namens de bosgroep heb ik hem inmiddels geplant langs de sloot bij de Westvlietweg, hoek Elzenlaan, een bloeiend visitekaartje voor de vereniging.
Er zijn nog drie kornoeljes besteld bij Esveld. Vrijwilligers gezocht voor de aanplant.


Succesvolle ruilbeurs

Het was vanmiddag een komen en gaan van tuiniers voor het ruilen van planten en zaden. Er werd ook intensief ervaringen over zaaien, groeien en bloeien uitgewisseld. Kortom: dit proefde naar vaker en meer.

Een succes was ook het aanbod van Dorrepaal om een kar vol met planten en zaailingen te leveren om te verkopen. Het resulteerde – inclusief de ruime fooien van de tuiniers – in zo’n €50 voor Dorrepaal.


Vogels lokken – 14. de Gierzwaluw

Bericht van de Groencommissie (zie ook de pagina VOGELS LOKKEN)

Wie van vogels houdt, ziet ze graag ook in de tuin verschijnen. We lokken ze met voedsel, hangend of staand en op de juiste plek. Het is een leuke uitdaging om je tuin zo uitnodigend mogelijk te maken voor broedende vogels in de tuin.

Je tuin is aantrekkelijker voor vogels als je begroeiing in laagjes hebt. Dat wil zeggen afwisseling van hoge en lage planten en struiken. Ook hogere bomen in de omgeving zijn belangrijk.
Verder helpt het als je eetbaar groen in je tuin hebt staan. Denk aan struiken met bessen of bomen met vruchten.
Vogels zullen ook eerder in je tuin te vinden zijn als ze er nestmateriaal kunnen vinden zoals takjes, pluisjes en blaadjes. Nestjes zullen ze pas maken als er voldoende schuilplekken zijn bijvoorbeeld in doornstruiken of een heg. Wanneer je nestkastjes ophangt let er dan op dat er een rustplek is in de aanvliegroute en hang een nestkast niet in de volle zon.

En tot slot de Gierzwaluw

De gierzwaluw behoort tot een aparte vogelgroep want hij is niet verwant met echte zwaluwen. Hij is groter en heeft langere vleugels dan zwaluwen. Hij vliegt of met snelle vleugelslagen of in snelle glij- en zeilvluchten. Dit is anders dan bij zwaluwen. Zijn verenkleed is grotendeels zwart-bruin. Als juveniel heeft de gierzwaluw een licht voorhoofd en een lichte teugel. In de vlucht heeft de gierzwaluw een pijlvormig silhouet.
Met zijn 17 cm is de gierzwaluw groter dan de boerenzwaluw. De spanwijdte bedraagt 42 tot 48 cm.

Het geluid van de Gierzwaluw

Hij is oorspronkelijk bewoner van rotsachtige gebieden, maar in Europa grotendeels een cultuurvolger. Het is een algemeen en wijdverspreide broedvogel in steden en dorpen. Ze zijn in Europa ongeveer 3 maanden aanwezig om te broeden.

De gierzwaluw nestelt in rotsspleten en muurnissen of onder dakpannen van gebouwen. Gierzwaluwen plaatsen hun nesten in holtes in muren of dakpannen. Ze gebruiken ook door de mens vervaardigde nestkasten. Het nest is een kleine kom van gras, bladeren en veren die met speeksel is vastgeplakt.
Ze broeden in mei-augustus met 1 broedsel en leggen 2 of 3 witte eieren.

De gierzwaluw eet uitsluitend vliegende insecten en spinnen die met geopende bek al vliegend worden gevangen. De adult verzameld gedurende lange jachtvluchten voedsel met speeksel in de krop, wat in de vorm van een kleine bal aan de jongen wordt gevoerd. Bij een gebrek aan voedsel leggen ze zeer grote afstanden af. Hun nestjongen kunnen bij gebrek aan voedsel lange tijd schijndood zijn om energie te besparen.

Gierzwaluwen zijn zeer luidruchtig, vooral in rondvliegende groepen. Hij roept hoog, schril, gierend ‘srieer’. Vandaar de naam gierzwaluw.

Karakteristieke kenmerken
De gierzwaluw brengt bijna zijn hele leven vliegend door. Ze landen vrijwel nooit omdat eenmaal op de grond ze moeilijk weer in de lucht geraken. Zelfs slapen gebeurt in de lucht. Ze verkeren dan in een sluimertoestand en laten zich meevoeren door de wind.
Ook de paring gebeurt in de lucht, alleen voor het nesten landen ze. Na het nestelen is het voor hen niet meer nodig om te landen tot het volgende paringsseizoen in de lente.