Leeuwenbergh tuinen

Vogels lokken – 13. de Boomklever

Bericht van de Groencommissie (zie ook de pagina VOGELS LOKKEN)

Wie van vogels houdt, ziet ze graag ook in de tuin verschijnen. We lokken ze met voedsel, hangend of staand en op de juiste plek. Het is een leuke uitdaging om je tuin zo uitnodigend mogelijk te maken voor broedende vogels in de tuin.

Je tuin is aantrekkelijker voor vogels als je begroeiing in laagjes hebt. Dat wil zeggen afwisseling van hoge en lage planten en struiken. Ook hogere bomen in de omgeving zijn belangrijk.
Verder helpt het als je eetbaar groen in je tuin hebt staan. Denk aan struiken met bessen of bomen met vruchten.
Vogels zullen ook eerder in je tuin te vinden zijn als ze er nestmateriaal kunnen vinden zoals takjes, pluisjes en blaadjes. Nestjes zullen ze pas maken als er voldoende schuilplekken zijn bijvoorbeeld in doornstruiken of een heg. Wanneer je nestkastjes ophangt let er dan op dat er een rustplek is in de aanvliegroute en hang een nestkast niet in de volle zon.

De Boomklever is nu aan de beurt

De bovenkant en de kruin van de boomklevers zijn blauw-grijs, en hebben een lange zwarte oogstreep. Onderkant is oranje-achtig. Door zijn korte dikke nek heeft de boomklever een gedrongen bouw. Hij heeft een korte staart en een krachtige puntige snavel. Bij de mannetjes boomklever is de achterflank scherp begrensd kastanje-bruin, bij de vrouwtjes is het lichter bruin en zwakker begrensd.

De boomklever is een algemene broedvogel in loofbossen en gemengde bossen, bosschages, parken en grote tuinen. Ze komen voor in berggebieden tot 1700m. Het is een standvogel.

Ze nestelen in boomholen of nestkasten op een laagje fijne boomschors en droge bladeren. Als de vliegopeningen te groot zijn, dan worden deze met modder of leem aan de randen dichtgesmeerd en zo verkleind.
De boomklever heeft 1 broedsel in april-juni en legt 6 tot 9 roodgestippelde witte eieren.
In het voorjaar en de zomer worden er vooral insecten en spinnen gegeten, maar in het najaar en de winter eten ze noten en zaden en op voedertafels vet.

Hun contactroep is een fluitend, herhalend ‘hwiet’. Als de vogel opgewonden is, klinkt het als ’twett’. In de zang is het fluitend ‘piuu piuu’ of ‘wuuieh wuuieh’ of een sneller, trillen ‘wiwiwi’.

Geluid van de Boomklever

Karakteristieke kenmerken
Zoals zijn naam al aangeeft klimt hij onvermoeibaar en schoksgewijs langs stammen en takken van bomen. Als enige Europese vogel klautert de boomklever met zijn kop naar beneden over boomstammen. Hij kan ook op de bodem hippen. Boomklevers jagen op spinnen en insecten, maar ze zijn ook te vinden bij voedertafels. Ze eten pinda’s, zonnebloempitten en zaden. Ook verzamelen ze hazelnoten en eikels. Hij drukt ze in gaten en hamert ze open met hun krachtige snavel. Het kloppend geluid dat hij daarbij maakt doet denken aan een specht.
Boomklevers trekken niet ver en komen alleen voor in tuinen nabij bossen, hoewel ze kunnen nestelen in tuinen met grote bomen. Ze bouwen hun nesten in natuurlijke holtes in oude bomen. Soms zijn ze zelfs te vinden in oude spechtennesten. Ze pleisteren de ingang dicht tot de juiste diameter. Dit om te voorkomen dat grotere vogels het nest innemen. Dat doen ze door een paar keer door het gat te gaan met natte modder. Ze nestelen ook in door de mens vervaardige nestkasten. Het vlieggat moet dan 32 mm in diameter zijn. Het is zelfs mogelijk het broedproces te volgen van deze vogel met een nestkast met camera. Daarmee kunt u eenvoudig alles volgen dat in de nestkast gebeurt.

Reacties gesloten.