Leeuwenbergh tuinen

Vogels lokken – 12. de Boomkruiper

Bericht van de Groencommissie (zie ook de pagina VOGELS LOKKEN)

Wie van vogels houdt, ziet ze graag ook in de tuin verschijnen. We lokken ze met voedsel, hangend of staand en op de juiste plek. Het is een leuke uitdaging om je tuin zo uitnodigend mogelijk te maken voor broedende vogels in de tuin.

Je tuin is aantrekkelijker voor vogels als je begroeiing in laagjes hebt. Dat wil zeggen afwisseling van hoge en lage planten en struiken. Ook hogere bomen in de omgeving zijn belangrijk.
Verder helpt het als je eetbaar groen in je tuin hebt staan. Denk aan struiken met bessen of bomen met vruchten.
Vogels zullen ook eerder in je tuin te vinden zijn als ze er nestmateriaal kunnen vinden zoals takjes, pluisjes en blaadjes. Nestjes zullen ze pas maken als er voldoende schuilplekken zijn bijvoorbeeld in doornstruiken of een heg. Wanneer je nestkastjes ophangt let er dan op dat er een rustplek is in de aanvliegroute en hang een nestkast niet in de volle zon.

Vandaag de Boomkruiper

De boomkruiper is een kleine muisachtige vogel. De bovendelen van een boomkruiper zijn mooi bruin gestreept en de onderzijde is witachtig. Boven het oog bevindt zich een lichte wenkbrauwstreep. Boomkruipers hebben een lange, fijne gebogen snavel. Het mannetje en het vrouwtje zien er hetzelfde uit.

Hoe klinkt de Boomkruiper?

De boomkruiper komt in een groot gebied in Europa en het noorden van Afrika en Turkije voor. Hij leeft in parkachtige gebieden met oude bomen en rijk opgaand loofbos. In steden is de soort te vinden bij hoge bomen.

Het vogeltje bouwt zijn nest in ondiepe holen en spleten in bomen. Om de boomkruiper aan nestruimte te helpen zijn er speciale nestkasten voor de boomkruiper in de handel. De nestkast voor de boomkruiper heeft de ingang aan de zijkant zodat hij de invliegopening gemakkelijk tegen komt bij het omhoog kruipen.

De boomkruiper heeft 1 а 2 broedsels per jaar, waarbij zo’n 5 tot 7 witte met bruin-roodachtige gespikkelde eieren per broedsel worden gelegd. De broedtijd duurt ongeveer 15-17 dagen waarna de jongen nog ruim twee weken gevoerd worden door de ouders. Ze eten insecten, die ze met de gekromde snavel tussen de boomschors vandaan peuteren.

De boomkruiper maakt een hoog en scherp, maar vaak onopvallend geluid: ’tie tie tie’. Hij heeft een oplopende zang ’tie tru-ie trie trie’.

Karakteristieke kenmerken
Zijn veren hebben de kleuren van een boomstam, waardoor hij goed gecamoufleerd is. De staart wordt als ondersteuning gebruikt tijdens het klimmen.
De boomkruiper gaat nooit op een stam naar beneden, altijd omhoog! Dit in tegenstelling tot de boomklever die zowel naar boven als naar beneden kan.

Reacties gesloten.